Richtlijnen legitimatiebewijzen

Voorwaarden

Een officiëel legitimatiebewijs dient aan een aantal minimum voorwaarden te voldoen. Deze voorwaarden hebben betrekking op de onderstaande artikelen.
Een en ander conform de door de Minister van Justitie op 4 juli 2000 uitgevaardigde regeling “Regeling model legitimatiebewijs toezichthouders Awb”.

Vrijheden

Binnen het door justitie uitgegeven model zijn geen regels opgelegd waaraan het ontwerp van de kaart moet voldoen.
Met andere woorden, men is vrij waar men de aangegeven punten op de kaart plaatst en dit geeft de vrijheid om het ontwerp naar wens op te zetten.

Het legitimatiebewijs van een toezichthouder bevat:

a. de naam, hoedanigheid en handtekening van de toezichthouder;
b. een foto van de toezichthouder;
c. de naam, het correspondentieadres en het telefoonnummer van het bestuursorgaan of het onderdeel daarvan, waarvoor de toezichthouder werkzaam is;
d. de naam en handtekening van degene, die het bewijs namens het bestuursorgaan heeft afgegeven;
e. een omschrijving van de wettelijke voorschriften, met het toezicht waarop de toezichthouder is belast;
f. de datum van afgifte van het legitimatiebewijs.

Het legitimatiebewijs bevat het logo of beeldmerk van het bestuursorgaan of het onderdeel daarvan, waarvoor de toezichthouder werkzaam is.

Op het legitimatiebewijs worden vermeld: legitimatiebewijs en toezichthouder als bedoeld in artikel 5:11 van de Algemene wet bestuursrecht*.

*Artikel 5:11
Onder toezichthouder wordt verstaan: een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

De foto op het legitimatiebewijs is een pasfoto, die een duidelijk en goed gelijkend beeld van de toezichthouder toont.

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling model legitimatiebewijs toezichthouders Awb.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.